Vorige week zondag heb ik de Montferlandrun gelopen, de 15 km. De week ervoor was ik verkouden geworden en had doordeweek niet getraind, in de hoop dat het overging. Dat ging het dus niet…. ik was onzeker of ik de wedstrijd wel zou kunnen volhouden. Op zondag kwam ik dus een beetje tweestrijdig bij de start. Er was een grote delegatie De Loper-lopers.
Eerst samen warmlopen, daarna snel naar de start. Toch maar een knie-lange-broek en een shirt met korte mouwen aangedaan, want zo heel koud was het niet. Het lopen ging lekker, ik probeerde bij Marianne te blijven. Met de training kan ik haar niet bijhouden en haar wedstrijdresultaten zijn voor mij nog te hoog gegrepen. Maar nu kon ik gewoon bij haar blijven, dat ging lekker. Ik had eigenlijk geen last van de verkoudheid… Lopen ging goed, de benen wilde wel. Onderweg zag ik nog enkele bekenden, de sfeer was goed. Het weer was lekker, gelukkig regende het niet. De eerste ‘bult’ kwam eraan, de Peeskesbult. De week ervoor had ik de parcoursverkenning gedaan en nu wist ik wat me te wachten stond (ik had de wedstrijd ook al 1x eerder gelopen). De bult is pittig maar na de top ga je ook weer snel naar beneden. Daarna een klein stuk onverhard. Daarna kwamen we op de Beekseweg, een geleidelijke bult. We liepen richting het 10 km-punt. Ik vroeg aan Marianne waarom we dit ook alweer deden
, het was best een beetje zwaar. Maar wel leuk! Het ging goed, dat stemde me positief. Lekker bikkelen, nergens anders aan denken dan aan lopen en de finish zien te halen. Na de bult gingen we weer naar beneden en langs een akker, wel mooi daar. Je hoorde alleen de geluiden van honderden lopers, bijna iets meditatiefs. Daarna weer ietsje omhoog, ik liep zo lekker dat ik wat harder probeerde te gaan. Dat ging goed. We kwamen in Zeddam bij de rotonde, daar moesten we rechtsaf. Weer een paar bultjes op, dit is nog best pittig, je bent al bijna bij het eindpunt, maar toch zijn er nog wat bulten. Dan kom je in ‘s Heerenbergh, toch gaat het nog iets omhoog. Hier liggen klinkertjes, dan voel je goed, is niet prettig lopen. Dan ga je naar beneden, aan het eind van deze weg moeten we rechtsaf, de finish is in zicht. Ik keek even hoelang ik al liep, 1.16 uur, best snel, misschien zit er nog een goede tijd in. Ik hoopte op iets minder als 1.30 uur. Ik zag vriendlief staan aan de rechterkant van de weg en links stonden een paar clubgenoten die de 7,5 km hadden gelopen. Ik probeerde te sprinten, dat ging wel. Eindelijk de finish!
Ik had supergelopen, mijn tijd was 1.21.39! Super super! Ik was blij. Ik had verdorie bijna 9 minuten van de tijd afgelopen, van 2008. Haast niet te geloven. De vorige keer liep ik met ‘haas’ Dirk en toen was ik best kapot. Nu liep ik gewoon lekker en nog stukken sneller ook. Heerlijk gewoon. Terug in het zaaltje van Café De Snor, konden we nog even napraten. Marianne finishte een minuut na mij, maar toch had ze sneller gelopen als de 7-heuvelenloop die ze 2 weken ervoor had gelopen, knap hoor. Haar tijd was 1:22:31. Winnyfred finishte voor mij en had een tijd 1:12:48. Een mooie tijd waar ik misschien naartoe kan trainen… We zien het wel.
Ik had wel last van mijn benen, van de bilspieren onder het scharnier van mijn bovenbenen/heup, zeg maar. Ook onder het lopen voelde ik het goed. De pijn was wel draaglijk en voorlopig heb ik daar alleen last van tijdens wedstrijden, dus met hoge tempo’s en grote paslengtes. Na 2 dagen was het ook weer weg. Nog niet echt een reden voor paniek, wel om het in de gaten te houden.
Nu maar even verder trainen naar Egmond toe. In januari ga ik daar de halve marathon gaan lopen.>>